In de tweedelige documentaire 'Verkracht aan het front' onderzoekt Inge Vrancken de impact van seksueel geweld in oorlogssituaties. Ze vergelijkt daarbij de huidige omstandigheden in Oekraïne met die in Bosnië 30 jaar geleden. Het zijn harde en confronterende verhalen. Maar ze moeten verteld worden.

Al kort na de Russische invasie in Oekraïne kwamen de eerste verhalen naar boven over seksueel geweld tegen burgers. Het is een bekende oorlogsstrategie. Verkrachting en seksueel geweld worden gezien als het goedkoopste oorlogswapen, bedoeld om mensen en bevolkingsgroepen te vernederen, te demoraliseren en te verdrijven van het beoogde grondgebied: etnische zuivering, soms zelfs genocide. Ook al wordt er veel over gesproken, voor veel overlevenden blijft het een onbespreekbaar trauma. Dat blijkt in Bosnië, waar zowat 30 jaar na de oorlog de trauma’s en het stigma nog alomtegenwoordig zijn. Oekraïne trekt nu lessen uit wat er destijds gebeurd is tijdens de Bosnische burgeroorlog.

Inge Vrancken reist naar Bosnië en naar Oekraïne om te praten met overlevenden, experten, overheden en hulpverleners. Vrouwen en mannen – seksueel geweld is ook tegen hen gericht – vertellen over hun trauma, over de immense impact op hun leven, over wat nodig is om verder te kunnen, over het belang van gerechtigheid, de woede over straffeloosheid en over het totale onbegrip voor die onmenselijke gruwel.

Previous
Previous

Pano

Next
Next

Vive le vélo 2023